|
|



|
De
jacht
We
onderscheiden twee soorten jagen: Het op een vaste plaats wachten
op het voorbijkomende wild, om het dan met één schot
goed te raken, of het opdrijven van het wild en het zo recht in
de handen van de jagers te laten lopen.
De manier van jagen heeft nogal wat invloed op de kwaliteit van
het vlees. Door het opdrijven van het dier, raakt het dier in de
stress. Daarbij maakt het een stof aan wat later omgezet wordt in
melkzuur.
Tijdens het rijpingsproces van het dier is dit melkzuur er vervolgens
verantwoordelijk voor dat het vlees niet zo mals en zacht wordt
als van een dier dat niet opgejaagd is.
Ook belangrijk voor de kwaliteit van het vlees is de plaats waar
het dier wordt geschoten. Is het dier niet direct dood, dan produceert
het dier weer dezelfde stof die ervoor zorgt dat wanneer het dier
door of de hond of de jager eindelijk uit zijn lijden is verlost,
het kwalitatief bijna niets meer waard is.
Het is ook belangrijk om zo snel mogelijk de ingewanden te verwijderen,
omdat hierin gevaarlijke bacteriën zitten genesteld.
[naar boven]
|
| |
Verwerking
en opslag
Hygiëne
staat voorop bij de verwerking van wild.
Er zijn door de Europese Gemeenschap een heleboel strenge regels
ontwikkeld, die voor alle landen gelden die binnen de EEG wild exporteren.
Voor dat het wild wordt verwerkt worden de dieren in koelruimten
opgehangen om te rijpen. Vervolgens worden ze gestroopt en tenslotte
worden ze uitgebeend en in porties verdeeld, waarna ze gekoeld of
diepgevroren naar de afnemers in binnen- of buitenland worden getransporteerd.
Uitgebeend wild mag buiten de diepvries in de koelkast niet langer
dan twee tot drie dagen worden bewaard. Bij een langere opslag is
het gevaar van bederf door rottingsbacteriën aanwezig.
Hazen en konijnen worden vaak, ook al mag het niet, ongestroopt
en niet schoongemaakt verkocht. Het is dan heel belangrijk dat men
de dieren alsnog heel snel hygiënisch verwerkt. Een gezwollen
buik en groenig verkleurde buiklappen geven aan dat het dier van
bedenkelijke kwaliteit is en is controle nodig. Dit geldt ook voor
het andere haarwild, waarbij verder moet worden gelet op afwijkingen
in kleur, consistentie en geur van het vlees, vermagering of zwelling
van bepaalde spieren, vervuiling door maag- of darminhoud en rijping
in een warme of benauwde omgeving. Eenmaal ingevroren en op koelkasttemperatuur
ontdooid wild kan opnieuw worden ingevroren zonder dat het de kwaliteit
aantast. Hoe magerder het vlees, hoe langer het ingevroren kan worden
bewaard. Zorg daarom altijd dat alle zichtbare vet zorgvuldig wordt
verwijderd.
Luchtdicht verpakt kan het wild variërend van 7 tot 24 maanden
worden bewaard, als het luchtdicht verpakt is tenminste. Wild wordt
gevliesd voor het wordt ingevroren.
Voor de bereiding is het goed het wild in te wrijven met kruiden
en het een tot twee uur in de koelkast te laten rusten.
[naar boven]
|
| |
Voedingswaarde
Wild
onderscheidt zich van het vlees van slachtvee door een lager vetgehalte
(afhankelijk van de soort wild tussen 1 en 8 procent), een hoger
eiwitgehalte (21 tot 23 procent) en een daardoor ongeveer gehalveerde
voedingswaarde.
Bovendien is het rijk aan mineralen, zoals calcium, fosfor en ijzer
en aan vitaminen van de B-groep.
Het vlees van jonge dieren bevat naast verzadigde vetzuren ook nog
een hoog purinegehalte. Het orgaanvlees van wild wordt bijna niet
gegeten en wel om de grote hoeveelheden zware metalen als cadmium,
kwik en lood, maar ook restanten van chloorhoudende koolwaterstoffen
aanwezig in de lever en de nieren.
De longen en de lever bevatten ook nog vaak gevaarlijke parasieten.
Ook heeft het een hoog cholesterol en purinegehalte en kan ziekten
veroorzaken.
[naar boven]
|
| |
Smaak
Over
het algemeen geldt dat het vlees van jonge dieren fijner van draad
en dus ook malser is. Vlees van oudere dieren heeft steviger spieren
en grovere vezels. Overigens is het moeilijk om de ouderdom van
stukken wild vast te stellen als het wild niet rechtstreeks van
de jager komt. Men kan niet altijd aan de grootte van de stukken
zien hoe oud het beest is omdat ook oudere dieren waar de stukken
vaak groter van zijn, onder het gewicht kunnen zitten. Ook is het
aan de buitenkant moeilijk te zien, wat vroeger wel eens heeft geleid
tot manipulaties. Zo werd het vlees van springbokken bijvoorbeeld
als ree verkocht, wat natuurlijk veel duurder is. De voor iedere
soort kenmerkende smaak van het vlees wordt bepaald door de hoeveelheid
in het spierstelsel opgeslagen vet, de kwaliteit van het per streek
en per jaargetijde verschillende voedselaanbod en de biologische
levenscyclus van het dier. Wild afkomstig van tijdens de paringstijd
geschoten dieren heeft -vooral mannelijke soorten- een sterke geslachtsspecifieke
urine-achtige geur en smaak. Dit kan bij hoefwild worden verminderd
of te niet gedaan door het een paar weken of maanden in te vriezen,
maar dat geldt niet voor mannelijke in de paringstijd geschoten
wilde zwijen (van oktober tot januari)
[naar boven]
|
|