De verkoopprijs
is dus opgebouwd uit:
· Inkoopkosten
Dit zijn dus de kosten voor aanschaf van de produkten die je wilt
gaan bewerken en uiteindelijk verkopen.
· Algemene kosten
Hieronder vallen alle overige kosten: afvalpercentages, bedrijfskosten,
arbeidskosten, reclamekosten, afschrijving van machines en materialen
enz. enz.
· Winst voor de ondernemer
Als er efficiënt gewerkt wordt, blijft er bij ieder gerecht
dat verkocht wordt, een stukje winst over voor de ondernemer.
Moet je een gerecht of produkten weggooien omdat het niet goed
meer is, of er ontstaat op een andere manier "lekkage",
dan gaat als eerste de winst voor de ondernemer eraan.
· Belasting
In de wet is opgenomen dat over iedere transactie belasting betaald
moet worden. over etenswaren is dit 6% en over alle andere waren
19%. Dit berekent de ondernemer natuurlijk door in zijn verkoopprijs.
Er zijn verschillende
manieren en rekenmodellen om van inkoopprijs naar verkoopprijs
te rekenen, we geven je de eenvoudigste en minst nauwkeurige,
maar naar onze mening nog steeds veel gebruikte methode:
De "inkoopprijs
X 3 methode".
Hierbij berekent men wat 1 gerecht aan ingrediënten kost.
(bijv: biefstuk met frites en salade kost de ondernemer totaal
3,76. Dat bedrag neemt men maal 3
Hierbij komt nog de BTW a 6% [voor etenswaren]
Maakt een verkoopprijs voor de gast van 11,95.
Eenvoudig
en doeltreffend. Maar onthoudt: Het kan nauwkeuriger!
Hieronder kun
je van je eigen gerecht de kostprijs bepalen. Vul de juiste hoeveelheden
en prijzen in en lees je kostprijs onderaan de tabel af.